HOOFDINDEX
HOOI EN JACOBSKRUISKRUID - HOOI EN SINT JANSKRUID
- STRO -
VOERVARIËTEITEN
WAAR HAALT U VOER? - VOEROMSCHAKELIN - VOEDINGTIPS
VOEDING DEEL 1 - VOEDING DEEL 3
| Naar boven - Naar hoofdindex |
'Ragwort Kills' staat er te lezen op een poster in de wachtruimte van onze dierenkliniek. En niet voor niets, blijkt.
Lieten wij eerder nog een waarschuwing uitgaan naar St. Janskruid in het hooi, thans willen wij u wijzen op de gevaren van Jacobs Kruiskruid. Jacobs Kruiskruid is eveneens een geel gewas en behoort tot het gelacht Kruiskruid (Senecio). Het maakt deel uit van de familie der Composieten (Asteraceae).
We laten u graag een publicatie lezen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde, deel 127, aflevering 16 van 15 augustus 2002.
Hieronder volgt de letterlijke tekst:
WAARSCHUWING
Vorig jaar werd de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in augustus een aantal keren geconfronteerd met ziektegevallen en sterfte door Jacobs Kruiskruid (senecio Jacobaea) bij runderen en paarden/pony's. Half juli 2002 kwamen de eerste meldingen weer binnen. Dieren zullen de plant in het land niet eten, maar met hooi/kuil wordt de plant wel opgenomen.
De laatste jaren groeit de plant Jacobs Kruiskruid steeds vaker in extensief beheerde weilanden, wegbermen en natuurgebieden.
In augustus 2001 heeft de GD de natuurorganisaties middels een brief attent gemaakt op het feit dat beheershooi met deze plant erin voorkomend niet verkocht moet worden als veevoer. Als dierenarts is het goed op de hoogte te zijn van de symptomen en uw veehouders te attenderen op de risico's van deze plant, die voor kan komen in aangekocht voer.
Opname van een hoeveelheid van 1-2% van het lichaamsgewicht/dag van deze plant is dodelijk voor runderen, schapen, geiten en paarden.
Opname van een kleinere hoeveelheid over een langere periode geeft ernstige leverschade.
De ziekteverschijnselen kunnen bij opname van kleine hoeveelheden pas maanden na opname van de giftige stof optreden.
De klinische symptomen zijn: sloomheid, verlammingen, geen eetlust, persen gevolgd door waterdunne diarree, zonnebrand, los vocht in de buik en soms oedeem, evenals veel drinken.
Of de dieren sterven een paar dagen na de start van de ziekteverschijnselen, of ze vertonen een chronisch beeld met vermagering en sterfte na enkele weken tot maanden.
Bij sectie worden los vocht in de buikholte, leververgroting met 1-5 cm grote haarden en cirrhose, vocht in het darmscheil, omentum en galblaaswand aangetroffen.
De diagnose kan gesteld worden via het klinische beeld, inspectie van het rantsoen, het aantonen van verhoogde leverenzymen bij bloedonderzoek en sectie.'
De meldingen die bij de G.D. zijn binnengekomen en het onderzoek dat vervolgens is ingesteld, betreffen weliswaar runderen, paarden, pony's, schapen en geiten, maar u kunt er gevoeglijk vanuit gaan, dat ieder dier, dat 1- 2% van zijn lichaamsgewicht per dag van deze plant binnen krijgt, het risico loopt te sterven.
Opname van geringere hoeveelheden is helemaal een sluipend proces: wanneer uw chinchilla na verloop van tijd sloom wordt, geen eetlust heeft, diarree heeft en veel drinkt, zal er, zo verwachten wij, vrijwel geen dierenarts zijn die op het idee komt om te informeren naar de soort en kwaliteit hooi die uw chinchilla krijgt.
Een verband tussen hooi enerzijds en de symptomen van uw chinchilla anderzijds, zal dus niet snel worden gelegd.
ADVIES
Controleer alle hooi (ook merkhooi) op sporen van Sint Janskruid of Jacobs Kruiskruid.
Het kan u en uw chinchilla's veel ellende besparen.
| Naar boven - Naar hoofdindex |
In de maanden juni-september, tijdens de bloeitijd, kleuren de bermen langs onze grauwe snelwegen hier en daar prachtig geel door het Sint Janskruid, in de volksmond ook wel 'Hertshooi' genoemd. Niet alleen op een afstand, maar ook van dichtbij, ziet dit Sint Janskruid er prachtig uit. Toch schuilt er een niet te veronachtzamen gevaar in dit zo onschuldig uitziende gewas…
In het kruid en in het bijzonder in de bloembladeren komt namelijk een merkwaardige stof voor, die men hypericine of rood kliervocht noemt.
Volgens W.F.Daems, Geneeskruiden, veroorzaakt deze stof de zogenoemde lichtziekte van de huid. Deze werking heet photodynamisatie of photosensibilisatie.
Paarden die veel van Sint Janskruid hebben gegeten en in de zon staan, kunnen hierdoor ernstig ziek worden
Uit dierproeven met muizen is gebleken, dat reeds 0,1 mg bij belichting met een 2000 Watt-lamp, in 140 minuten de dood veroorzaakt, terwijl 3-4 mg hypericine bij dieren die in het donker worden gehouden zonder effect blijft. Er is dus belichting nodig voor het zonderlinge en noodlottige effect.
In de geneeskunde wordt Sint Janskruid gebruikt bij letsels van zenuwsubstantie ten gevolge van verwondingen of ten gevolge van anaemie. Ook bij geestelijke inspanning. De olie wordt in- en uitwendig toegepast bij steek- en snijwonden, kneuzingen en wond- en littekenpijnen na operaties.
De meeste boeren in Nederland maaien hun land twee keer per jaar. De eerste keer is in de maanden mei/juni. Aangezien Sint Janskruid bloeit omstreeks Sint Jan, dat is op 24 juni, zal deze eerste lichting hooi voor de consument nauwelijks herkenbare, maar ook relatief onschadelijke sporen van dit kruid bevatten. Anders wordt het in het najaar, wanneer de boeren hun tweede lichting hooi van het land halen. De wortels van deze vaste, struikachtige plant hebben inmiddels verhoute (Duits: Hartheu), rood aangelopen stengels gevormd, die een lengte kunnen bereiken van 50-80 cm. Niet alleen in het landhooi dat men bij de boer haalt, worden deze harde rode stengels - al dan niet in gedeelten - regelmatig terug gevonden, maar ook in het keurig verpakte hooi van menige dierenspeciaalzaak hebben wij St Janskruid aangetroffen.
De vijf-bladige bloemen, die als goudgele zonnetjes op de fijn toegespitste groene kelkbladen zitten en bezaaid zijn met zwartrode kliertjes, werden door ons het vorig seizoen eveneens in diverse hooisoorten teruggevonden.
WAT IS HET GEVAAR VOOR U ALS CHINCHILLA-LIEFHEBBER?
Het gevaar van Sint Janskruid ontstaat, zoals wij hierboven al vermeldden, met name bij belichting. Zowel direct zonlicht, daglicht als fel kunstlicht kunnen het vaak dodelijk proces in gang zetten of beïnvloeden. Chinchilla’s die (deels) buiten worden gehuisvest, lopen dus een verhoogd risico, maar ook chinchilla’s die binnen worden gehouden zullen onder bepaalde omstandigheden de dans niet ontspringen en kunnen, zonder dat u dit direct in de gaten heeft, een leveraandoening oplopen.
Daar komt nog bij, dat chinchilla’s gek zijn op die rode takken.
Als wij hooi geven en wij hebben per ongeluk een kort rood takje over het hoofd gezien, dan horen wij binnen de kortste keren een chinchilla óf in de kruik óf helemaal boven in de kooi met iets ritselen, met als gevolg dat de overige chinchilla’s zich haasten om te zien wat deze stiekemerd er voor lekkers tussenuit heeft weten pikken.
Getouwtrek om dat ene rode takje leidt dan tot veel onrust, zeker als dit naderhand ook nog eens door ons wordt afgepakt.
Ook cavia’s en konijnen beschouwen de stugge stengels als een ware lekkernij.
Dit is eigenlijk verbazingwekkend omdat boeren vaak zien dat hun vee juist om stengels heen graast…
Omdat landhooi of hooi uit een natuurgebied vol zit met allerlei andere aantrekkelijke gewassen, zoals distels en brandnetels, is de kans groot dat u de stugge stengels niet direct herkent of mogelijk verwart met een ander kruid.
Wij adviseren u daarom iedere pluk hooi die u geeft even goed uit te spitten en mocht u twijfelen aan de oorsprong van een stengel, aarzel niet en neem het zekere voor het onzekere: gooi hem eruit!
| Naar boven - Naar hoofdindex |
Zowel gerst- als tarwestro vormen een welkome aanvulling op het chinchillamenu. Niet zozeer vanwege hun voedingswaarde, maar eerder vanwege het feit, dat chinchilla's er geruime tijd mee zoet kunnen zijn. De dieren vinden de structuur van stro buitengewoon interessant omdat het afwijkt van het normale hooi.
Het knabbelen en kauwen op de stengels bevordert de gebitsactiviteit, waardoor tanden en kiezen de gelegenheid krijgen netjes af te slijten.
Om het product voor uw chinchilla's aantrekkelijk te houden, dient u het niet vaker dan eenmaal per week te verstrekken.
| Naar boven - Naar hoofdindex |
We onderscheiden:
We zijn enige tijd terug - geheel in samenwerking met fabrikanten en leveranciers van chinchillavoer - bezig geweest met een vergelijkend onderzoek naar de samenstelling van de meest verkochte en in Nederland of het grensgebied verkrijgbare merken van chinchillavoer.
Chinchillapellets
Gecombineerde chinchilla/cavia biks
Gemengd chinchillavoer (met rozijnen, appel, zonnepitten, etc.)
Hierbij wordt niet alleen de volledige ingrediëntendeclaratie van ieder produkt grondig bekeken en vergeleken, maar ook de chemische analyses uitgebreid onder de loep genomen.
Zodra wij alle benodigde gegevens binnen hebben en het onderzoek kan worden afgerond, zullen wij u, via publicatie op de website, verslag uitbrengen van onze bevindingen.
Inmiddels is de inleiding van het voedingsonderzoek gereed.
| Naar boven - Naar hoofdindex |
IN DE DIERENSPECIAALZAAK OF BIJ DE DIERENAFDELING VAN EEN GOED GESORTEERD TUINCENTRUM
Meestal heeft zo'n zaak of centrum een specifieke produktenlijn: b.v. alles van Vitakraft of alles van Hope Farms, etc. Soms is de keuze wat uitgebreider en worden meerdere merken aangeboden. Het is dan uitermate belangrijk dat u 'merkvast' bent en niet ieder moment van het ene naar het andere merk switcht.
Wees ook bijzonder voorzichtig met schepvoer. Grote zaken als Pets Place, etc. die een naam hebben op te houden zullen u inderdaad wel chinchillavoer verkopen. Onze ervaring is echter, dat de kleinere man, die vaak moet opboksen tegen enorme winkelketens, het niet altijd even nauw neemt met de aanduiding van het voer.
Soms wordt u zonder blikken of blozen een (veel goedkopere) cavia- of konijnenbiks aangeboden. Aan de buitenkant van de pellet kunt u immers nauwelijks zien of het bruingroene staafje ingrediënten voor konijnen of chinchilla's bevat.
Laat u, in geval van twijfel, altijd de grootverpakking tonen, zodat u zeker weet dat u met een echte chinchillapellet te maken heeft.
BIJ EEN FOKKER
De meeste fokkers zullen het voer verkopen dat zij zelf aan hun dieren voeren. Over het algemeen zal dit goed voer betreffen, omdat ook fokkers een naam op te houden hebben.
Toch willen wij hierbij wel onderscheid maken tussen hobbyfokkers en puur commerciële fokkers.
Hobbyfokkers fokken op kleine schaal. De inkomsten uit verkoop van de dieren zijn meestal bijzaak en dienen hooguit te worden gezien als een extra bijverdienste.
Grote, puur commerciële fokkers daarentegen, hebben slechts één ding voor ogen, namelijk zoveel mogelijk dieren te produceren. Het is immers hun enige of belangrijkste bron van inkomsten. Hoe meer jongen er geboren worden, des te meer chinchilla's kunnen er particulier worden verkocht of in grote aantallen naar het buitenland geëxporteerd. Bij de samenstelling van hun voer zal dan ook niet primair worden gelet op de eventuele levensduur van de chinchilla, maar eerder op zaken als verbetering van de pels en het opvoeren van de fokresultaten.
Een chinchilla die bij de partus drie of vier jongen werpt is immers commercieel aantrekkelijker dan een chin die uiteindelijk twintig jaar wordt, maar per worp slechts voor één nakomeling zorgt.
Gelukkig zijn er ook nog goede farms en is de produktie als uitgangspunt, niet overal usance.
Ook bij hobbyfokkers, die - naast hun eigen activiteiten - nevenactiviteiten hebben, zoals b.v. de verkoop van chinchillabenodigheden en merkvoer, zult u niet altijd onbevooroordeeld worden geadviseerd. Hier gelden immers grote belangen, omdat bij de verkoop van produkten flinke kortingen worden genoten. Deze kunnen, afhankelijk van de verkoopresultaten, oplopen van 12 tot wel 33%. Laat u daarom liever adviseren door deskundigen waar geen commerciële belangen gelden.
| Naar boven - Naar hoofdindex |
Bij omschakeling op een ander merk voer, dient het oude voer heel geleidelijk te worden aangelengd met het nieuwe voer, e.e.a. in een dagelijks oplopende hoeveelheid met 10%, totdat u uiteindelijk geheel kunt overgaan op het nieuwe voer.
Voorbeeld:
Dag 0: produkt A 100%
Dag 1: produkt A 90% en produkt B 10%
Dag 2: produkt A 80% en produkt B 20%
Dag 3: produkt A 70% en produkt B 30%
Dag 4: produkt A 60% en produkt B 40%
Dag 5: produkt A 50% en produkt B 50%
Dag 6: produkt A 50% en produkt B 60%
Dag 7: produkt A 60% en produkt B 40%
Dag 8: produkt A 70% en produkt B 30%
Dag 9: produkt A 80% en produkt B 20%
Dag 10:produkt A 90% en produkt B 10%
Dag 11:produkt B 100%
De overschakeling van het ene merk op het andere duurt dus in totaal 10 dagen.
TIP
Let altijd op de produktiedatum of op de uiterste houdbaarheidsdatum van een voedingsprodukt.
Het meeste chinchillavoer dient bij voorkeur binnen drie maanden na produktie te worden geconsumeerd.
| Naar boven - Naar hoofdindex |
HOEVEELHEID VOEDSEL
Een volwassen chinchilla consumeert ca. 25 g voedsel per dag.
Dat is (afhankelijk van het soortelijk gewicht) ca. twee eetlepels.
Jongere exemplaren hebben uiteraard minder nodig.
LET OP:
In tegenstelling tot volwassen dieren, lopen chins beneden de zes maanden wel degelijk het risico zich te overeten!
TIJDSTIP VAN VOEREN
Belangrijker nog dan het tijdstip van voeren, is regelmaat.
Voer uw chinchilla's dan ook zoveel mogelijk rond dezelfde tijd.
Dit komt niet alleen een goede stofwisseling ten goede, maar voorkomt bij gevoelige dieren voederkramp.
Verder adviseren wij u om eerst (b.v. aan het einde van de middag) een royaal portie hooi te verstrekken en pas daarna (wat later op de avond) de pellets.
TIP
Chinchilla's houden ervan 'hoog' te eten. Hang of plaats hun voerbakje dus op enige hoogte en zet het niet op de bodem van de kooi.
U voorkomt hier tevens mee, dat het voerbakje door bodembedekking, hooi, ontlasting of urine wordt verontreinigd.
Om te voorkomen dat het voerbakje van de plank wordt gestoten en naar beneden valt, kunt u met een steenboor twee gaatjes in het bakje boren en hier een ijzerdraad doorheen halen. Met het ijzerdraadje kunt u het voerbakje stabiliseren door het vast te maken aan het traliewerk.
Bent u blij met deze informatie? Zou u deze info eigenlijk wel willen gebruiken, c.q. willen doorgeven aan anderen? Neemt u dan vooral even contact met ons op, zodat wij u suggesties aan de hand kunnen doen m.b.t. eventuele bronvermelding en/of het geven van een (diep)link.
Het zondermeer overnemen – al dan niet in eigen bewoordingen - van gevonden informatie is namelijk niet alleen onsportief, maar vooral oneerlijk.
Plagiaat – inclusief alle slimme varianten daarop - zal dan ook onder alle omstandigheden door ons worden aangepakt.